Paard en voeding


Het weideseizoen ligt weer achter ons, de dagen zijn koud, nat en kort.
Eindelijk gelegenheid om op een lange winteravond eens achter de PC te kruipen en het internet af te struinen op zoek naar nuttige informatie over het houden van je paard(-en). Hét moment ook, om eens even goed na te denken over het houden/voeren van je paard en of de manier waarop je dat afgelopen zomer gedaan hebt voldeed, of dat het volgend jaar toch echt anders moet. Om onze leden daarbij te ondersteunen hieronder een artikel met weetjes over voeding en gras.

We willen ze niet te dik en niet te dun. Ze moeten wel fit zijn, maar weer niet te fris. En natuurlijk willen we allemaal voorkomen dat onze paarden hoef- of spierbevangen raken.

Het rantsoen van het paard heeft een grote invloed op de vertering en de stofwisseling van het dier. Een verkeerd rantsoen kan verteringsstoornissen veroorzaken waardoor soms bepaalde aandoeningen als spierbevangenheid kunnen ontstaan. Vaak wordt hiervan de schuld aan het eiwit in het rantsoen gegeven, maar: is dit ook zo?

Uit onderzoek naar de oorzaken van hoefbevangenheid blijkt dat 54 % zijn oorsprong had in stoornissen aan het maag/darmkanaal. Andere oorzaken kwamen van buitenaf, bijvoorbeeld als gevolg van infecties of ontstekingen die giftige stoffen achterlaten in het lichaam van het dier. De relatie tussen overgewicht en hoefbevangenheid is nog onduidelijk.

Oorzaken van spijsverteringsstoornissen kunnen zijn:
• Plotselinge voerovergang (van stalrantsoen naar gras)
• Teveel opname van zetmeelrijk krachtvoer (teveel krachtvoer en te weinig ruwvoer) (zetmeel zorgt voor te hoge PH in darmen waardoor er veel bacteriën in de darmen afsterven)
• Veel opname van snel verteerbare voedermiddelen
• Opname van veel jong, kort, eiwitrijk en “vezel”arm gras.

Hiernaast kan de oorzaak ook liggen in het fructaangehalte van het gras. Fructaan wordt niet verteerd door enzymen (in maag en dunne darm) maar is een oplosbaar koolhydraat dat snel verteerd wordt en dus het verteringssysteem kan ontregelen.

Het fructaangehalte van het gras verschilt per seizoen en tijdstip van de dag.

De opbouw van fructaan gebeurt gedurende de dag en wordt ’s nachts door de plant verbruikt.

Het fructaangehalte is vooral hoog in de plant na een warme dag en een koele nacht. Voor paarden met chronische hoefbevangenheid of paarden die een “gevoelig” maag/darmkanaal hebben is het dan beter om weidegang in de ochtenduren te vermijden.

Voedingsmaatregelen bij hoefbevangenheid kunnen zijn:
• In acute gevallen, slobber en zemelen om de giftige stoffen te binden. Daarna een dieet dat het spijsverteringsstelsel stabiliseert en voldoende voedingsstoffen oplevert.
• Vermageren is geen optie. Zeker niet bij te dikke paarden en pony’s. Het gevaar voor hyperlipeamie is dan erg groot ( vetdeeltjes in de bloedbaan)
• Het beste voldoet grof hooi, zorg wel voor een goede kwaliteit anders kunnen er eiwit te korten ontstaan en let goed op het gehalte aan spoorelementen zoals koper, zink en selenium.E
• Een stabiel rantsoen bestaat dus uit goede kwaliteit grof hooi, eventueel aangevuld met een voedingssupplement.
• Geef weidegang in lang doorgegroeid gras dat rijker is aan structurele koolhydraten dan jong gras en vermijd de ochtend uren na een warme dag gevolgd door een koele nacht.

Eiwit

Ook naar eiwit is veel onderzoek gedaan. Een paar conclusies:
• Eiwit is geen gevaarlijke voedingsstof
• Paarden met een gezonde lever en nierfunctie kunnen veel eiwit afbreken en omzetten zonder problemen te krijgen
• Bij spijsverteringsstoornissen kan veel onverteerd eiwit omgezet worden in afbraakproducten die aanleiding zouden kunnen geven tot bijvoorbeeld huidklachten.
• Gras waarop kunstmest is gestrooid bevat meer eiwit dan zonder bemesting. Stikstof is namelijk een belangrijke bouwstof van eiwit.

Voeding en spierbevangenheid

Na onderzoek zijn ook hier een aantal conclusies te trekken:
• Paarden met regelmatige spierbevangenheid zijn geholpen bij een aangepast rantsoen.
• Makkelijk verteerbare koolhydraten (suiker en zetmeel) verhogen het glycogeengehalte in spierweefsel en kunnen bij paarden met een stoornis in de opslag van glycogeen een probleem geven.
• Vervang makkelijk verteerbare koolhydraten door vet en/of vezels in het rantsoen van paarden met regelmatige spierbevangenheid.
• Zorg dat een vetrijk rantsoen ook voldoende structuur, eiwit. Mineralen, spoorelementen en vitaminen bevat.
• Ook moet met veel stress en spanningen vermijden.

Te dik of te dun?

Het optimaal voeren van een paard vereist veel kennis. Zowel over het paard zelf, het spijsverteringsstelsel, als kennis over het natuurlijke gedrag en de verschillende voedermiddelen.

Er is geen vastgestelde richtlijn wat betreft voerhoeveelheden. Wel geeft een rantsoen berekening een idee over wat je ongeveer aan hoeveelheid kunt voeren. Ieder paard is anders en ook de inzichten in voeding veranderen.

Werkten we eerst met VEP (voedereenheid paard) per januari 2005 rekenen we Ewpa (energiewaarde paard) Hierin is nieuw onderzoek verwerkt en aangepast aan de huidige inzichten waardoor we een betere berekening kunnen maken. Het blijkt dat paarden in de maag en dunne darm vooral verteren met behulp van enzymen en in de blinde en dikke darm met bacteriën.

Het gewicht van het paard: “het oog van de meester”

Het paard moet goed in conditie zijn, dat wil zeggen niet te mager en niet te vet. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan.

Een hulpmiddel is de conditie score op een schaal van 1 tot 5, waarbij 1 staat voor graatmager en 5 voor moddervet.

Score 2,5 – 3 is de streefconditie.

Streef naar licht bevleesd ribben, zo dat je de ribben nog gemakkelijk door de huid kunt voelen en deze net aan zichtbaar zijn. Van achteren gezien moet de ruggengraat het hoogste punt vormen van de croupe. (deel achter de lendenen, het kruis en tussen de heupbeenderen)

Veel paarden in de praktijk blijken te vet.

Omschrijving van score 3: Een normaal paard!
• Wervelkolom, heupbeen en ribben licht zichtbaar en tastbaar
• Wervelkolom is hoogste punt achterhand
• Croupe, hals en rug licht bespierd
• Lichte vetbedekking op ribben

Omschrijving van score 4: een vet paard
• Wervelkolom, heupbeen en ribben niet zichtbaar
• Wervelkolom is nog net hoogste punt achterhand, croupe is platter
• Vet op croupe, hals en rug
• Ronde halslijn

Is uw paard te dik (score 4 of dikker) dan is afvallen van belang.

Doe dit rustig aan en blijf zorgen voor voldoende vezelrijke voeding (grofstengelig hooi) verdeeld over de dag in kleine porties. De darmen blijven zo aan het werk.

Te snel afvallen brengt allerlei stoornissen met zich mee. (hyperlipeamie of bevangenheid).

Naast minder eten is vooral meer bewegen noodzakelijk. Ook hierbij geldt: voorzichtig opbouwen om blessures te voorkomen. In 4 tot 6 weken kan men het uithoudingsvermogen al flink verbeteren, door steeds een stukje verder en sneller te gaan.

Succes met voeren!